ACTUEEL

Nieuwe voorzitter

Onlangs heeft Esther Vriens de voorzittershamer overgedragen aan Marie-France van Oorsouw. Esther heeft het voorzitterschap zes jaar vervuld en heeft een grote bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de vereniging en de professionalisering van het archeologisch bedrijfsleven. Marie-France van Oorsouw (eigenaar van 'Weleer') zal deze lijn verder voort gaan zetten op basis van de koers die we vorig jaar hebben vastgesteld voor onze vereniging. 

Evaluatie WAMZ: eerste bevindingen

De VOiA heeft met veel interesse van de eerste bevindingen van de evaluatie WAMZ kennis genomen. Over het algemeen bezien is het een gedegen evaluatietraject geweest en lijken de aanbevelingen zinvol. Wat ons enigszins bevreemd is het feit dat er plotseling weer sprake is van certificering van de (gravende) beroepsgroep. Een (op het oog slordig en haastig opgesteld) rapport van de Erfgoedinspectie pleit hiervoor. Voor de inwerkingtreding van de WAMZ heeft de VOiA in samenwerking met andere partijen veel energie gestoken in het ontwerp van een cerificeringstraject voor gravende bedrijven en wij waren indertijd teleurgesteld dat dit op het laatste moment werd vervangen door een vergunningverlening door de RCE zelf uitgevoerd. Dat er nu weer gesproken wordt over certificering maakt ons bezorgd: we hopen van harte dat dit niet betekent dat we van nul af aan het traject van vijf jaar geleden opnieuw gaan bewandelen. In onze ogen (en ook volgens de evaluatie) werkt het huidige systeem prima en lijkt er geen reden nu alweer veranderingen door te gaan voeren.

Koers VOiA 2010-2015

Mission statement
Archeologisch ondernemerschap is van vitaal belang voor een zorgvuldige en maatschappelijk juiste omgang met het erfgoed van Nederland.
Na de implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving is de archeologische monumentenzorg niet meer de verantwoordelijkheid van één partij, het rijk, maar ook van gemeenten, provincies, universiteiten, initiatiefnemers van (bouw)projecten en het archeologisch bedrijfsleven. De VOiA ziet zichzelf als een verbindende en daarmee cruciale schakel tussen al deze partners.
Archeologisch ondernemerschap verbindt de eisen van de overheid met de wensen van de initiatiefnemers in vele bouwprojecten, op een innovatieve en vraaggestuurde wijze. Daarnaast maakt de VOiA samen met de  academische instituten deel uit van de kennisinfrastructuur van de Nederlandse archeologie en levert hiermee haar bijdrage aan de beeldvorming van het verleden. Op deze wijze kan de VOiA, in onderlinge samenwerking met haar partners, werken aan een betere omgang met het erfgoed van Nederland.
Om haar rol met verve te kunnen spelen ijvert de VOiA voor een goed ondernemersklimaat, hoogwaardige dienstverlening en verbreding van het draagvlak voor archeologische monumentenzorg in de samenleving.
Bovenstaand mission statement zal in de komende jaren verder worden geoperationaliseerd, ondermeer door de uitvoering van de activiteiten die uit de ledenraadpleging de hoogste prioriteit hebben gekregen.

Evaluatie Monumentenwet
DCE en RCE zijn gestart met de indertijd door de Tweede Kamer gevraagde evaluatie van de WAMZ en BAMZ. De VOiA volgt dit proces nauwlettend en start waar nodig een eigen discussie om zo een bijdrage te leveren aan een zinvolle evaluatie die leidt tot een krachtiger bestel.

Kengetallen archeologie
De archeologische markt is al meer dan tien jaar een feit. Klein begonnen, maar inmiddels uitgegroeid tot een omvangrijke en gezonde branche. Hoe omvangrijk is deze markt eigenlijk. Precieze cijfers ontbreken helaas. Enkele jaren geleden heeft de VOiA het initiatief genomen tot een kengetallenonderzoek voor de commerciële archeologische markt. Het onderzoek is eenmalig uitgevoerd en is gebaseerd op cijfers uit de jaren 2002, 2003 en 2004. Het onderzoek geeft een beeld van de omzetten, personeelsomvang en rendementen bij archeologische bedrijven. De cijfers geven een beduidend ander beeld dan de uiteenlopende schattingen die de afgelopen jaren in de media zijn opgedoken. Archeologie blijkt zeker geen booming business en ook slimme ondernemers zullen geen grote winsten kunnen maken. Daar zijn de marges simpelweg te smal voor. En in de jaren van de onderzoeksperiode zijn deze marges alleen maar kleiner geworden. Vervolgonderzoek is nodig om zal doen blijken of hier inderdaad sprake is van een trend. De VOiA is van mening dat dit onderzoek uitgebreid zou moeten worden met de gegevens van andere partijen in het bestel die archeologisch werk verrichten (met name gemeenten) om zo de totale omzet in de Nederlandse archeologie boven tafel te krijgen.

Perspublicatie Branche onderzoek downloaden.